Totaal aantal pageviews

dinsdag 22 april 2014

Het wordt voorjaar.

Zgn. "Soepeend" met 5 kuikens.

Bovenstaande foto geeft overduidelijk aan, dat het voorjaar is begonnen. Dit tafereeltje "schoot" ik vanmorgen bij ons in het park. De naam "soepeend" wordt gebruikt voor niet rasechte eenden. Aan deze moeder-eend is duidelijk te zien dat de authentieke bruine kleur van een vrouwtjes eend, verloren is gegaan door kruising met een niet rasechte vogel.
De komende dagen zullen er meer foto's van het voorjaar volgen.

Juveniele Huismus [Passer domesticus] bij ons in de tuin.

Ook de eerste jonge Huismussen zijn uitgevlogen. Deze zat vanmiddag samen met het vrouwtje [zijn "moeder"] bij ons in de tuin. Duidelijk is de gele "snavelhoek" te zien. Deze kleurt op latere leeftijd donkerder.
Een "mooie" foto maken van een juveniele Meerkoet [Fulica atra], is onmogelijk.
Ook de slakken "ruiken" het voorjaar. Bij ons in de tuin kruipen er enkele 10-tallen.

Parende Segrijnslakken. [Helix aspersa]



zondag 13 april 2014

De Winterkoning. [Troglodytes troglodytes].

Broedbiotoop van de Winterkoning.
Deutsch: Zaunkönig
English: Wren
Dit vogeltje is de eerste vogelsoort die ik leerde van mijn grootvader. Het vogeltje liet zich zien onder de kapschuur en mijn opa vroeg: "Weet jij wel hoe dat vogeltje heet"?
Ik zei: "Nee". "Dat is een "Keuteldoemke", zei hij.
Inmiddels is dat gezegde zo'n 60 jaar oud en ik vergeet het nooit weer.

De Winterkoning is op één na de kleinste, onopvallendste vogeltje van Nederland, hij meet slechts 9-10,5 cm, houdt zich schuil in de dichte ondergroei van o.a. struiken, bossen en slootkanten. Maar, als hij eenmaal zijn snavel open doet en zijn keel opzet, dan komt er toch een hard, helder geluid uit. In verhouding met b.v. een Blauwe reiger, is het geluid zo'n 100 keer harder. 
 
Op bovenstaande foto zie je hoe het broedbiotoop er ongeveer uit ziet. Maar ook de foto onder geeft een goed beeld, dat hij ook in oude nestholen van spechten broedt. Ik ken een broedgeval in een zgn. "sleutelkastje" waar geen cilinder in was geplaatst. Dit was in Noordpolderzijl. Het kastje had de afmeting van: 12x12x10 cm. 
Ook dit oude spechtenhol wordt gebruikt als nestgelegenheid.
 
Het vogeltje is bruin van kleur met een constant korte, opwippend staartje. Bovenkant is bijna rossig bruin, maar opvallend is de buik en de zijkanten die dwarsgestreept zijn. Als je hem voedsel ziet zoeken is het net een muis, die tussen de rommel scharrelt. De Winterkoning is een echte boszanger en zelfs in de winter nog van zich laat horen.
Hoe komt de Winterkoning aan zijn naam?
De gewone dieren hebben een koning, nl. de leeuw. Daarom wilden de vogels ook een koning. De vogels kwamen bij elkaar om een koning te kiezen en de Ka [Zwarte kraai] deed het woord. Omdat iedereen koning wilde zijn, bedacht de Ka een wedstrijd. De vogel die het hoogste zou kunnen vliegen, die zou koning zijn. Alle vogels deden heel goed hun best, maar niemand kon zo hoog vliegen als de Ooievaar. Toen de Ooievaar zo hoog vloog dat zelfs hij niet hoger kon, kwam er opeens een heel klein vogeltje tussen de veren van de Ooievaar vandaan.... het Winterkoninkje! Hij kon toen nog hoger vliegen dan de Ooievaar en was daardoor winnaar. Daarom moesten de andere vogels hem nu wel tot winnaar uitroepen. Een aantal vogels zeiden dat het niet eerlijk gegaan was en toen werd besloten dat de Winterkoning alleen in de winterkoning zou mogen zijn. Zo kreeg hij de naam "Winterkoning".
Om de aandacht van het vrouwtje te trekken, neemt hij plaats op een "hoogzit", om zich goed te laten horen. Als het vrouwtje eenmaal is gevonden, bouwt het mannetje meerdere nesten en het vrouwtje zoekt dan de beste en veiligste eruit om de eieren in te leggen. Ze legt tussen de 5 en 8 witte eieren. Het paartje krijgt soms meerdere keren per jaar jongen. Als de eerste jongen zijn uitgevlogen, worden de niet gebruikte nesten vaak gebruikt als speel- en slaapnest. Het voedsel bestaat voornamelijk uit insecten. In de zomer zijn die er voldoende, maar in de winter zijn ze schaars. Vooral in strenge winters sterven er verscheiden. Er zijn vondsten gedaan in een nestkast van meer dan 40 overwinterende vogels. Zo houden ze elkaar in deze koude periode lekker warm. Er blijven genoeg vogels over om de populatie op peil te houden.
"Hoogzit" op een gekortwiekte wilg.
 
 
 
 
Ook op een dak gaat hij zitten te zingen.
 
 
Op onderstaande foto zit het mannetje te zingen voor de ingang van de Vleermuizenkelder in het Biessummerbos. Wie deze rietstengel er in heeft gestoken is mij onbekend, maar is er nu weer uit.
 
In het Fries wordt de Winterkoning "Tomke [=duimpje] genoemd en in het Gronings: Keuteldoemke.
 
Het mannetje voor de ingang van de vleermuizenkelder.
 
 
 

vrijdag 28 maart 2014

Voorjaars foto's.

Flink doorhakken.
Even omkijken of ze er al aan komt.
Dit mannetje Grote bonte specht [Great-spotted Woodpecker] probeert een vrouwtje te verleiden en biedt haar een nieuwe nestholte aan. Hij maakt er meerdere zodat het vrouwtje kan kiezen welke haar het beste bevalt. 
De zgn "H-boom"in Biessum.
  
In deze wonderbaarlijk vergroeide bomen zitten al een 10-tal uitgehakte, oude nesten van de Grote bonte specht. De oude nesten worden nu gebruikt door een 4-tal Spreeuwen-paren. 
 
Futenpaar in de Lindevallei.
Ook dit Futenpaar [Great-crested Grebe] , in de Lindevallei heeft er duidelijk zin in. Even later doken ze onder, om met nestmateriaal weer boven te komen.   


Paartje Ooievaars op het nest.
Dit paartje Ooievaars [White storck] fotografeerde ik gisteren in Giethoorn. De bewoner van het pand dat er naast staat, vertelde mij dat het nest met de eieren vorig jaar was leeggeroofd door een Steenmarter. Ook het Kerkuilennest [Barn Owl] was ten prooi gevallen aan dit vraatzuchtig dier.
 
Wie weet welke [onder-]soort Zilverreiger [Great white Heron] op de foto beneden dit is, mag het zeggen.

Ik kreeg al vrij snel een antwoord van Rommert Casemier. Het blijkt een adulte vogel te zijn, waarvan slechts enkele vogels door de stijgende hormoonspiegel, deze rode poten in het voorjaar krijgen.
Dus wel iets bijzonders, want ik had dit verschijnsel nog nooit gezien

 
Zilverreiger met rode poten.
 

zaterdag 1 maart 2014

Brandganzen [Branta leucopsis] in het Lauwersmeer.

Brandganzen in de buurt van Anjum.
Afgelopen week zijn we weer eens even naar het Lauwersmeer geweest om te kijken hoeveel ganzen er nog waren. Deze week zijn er, volgens de tellingen van de diverse telposten in het noorden van het land, al 10-duizenden ganzen in NO-richting vertrokken, naar hun Arctische broedgebieden.  
 
De groep gaat de lucht in.
Deze groep bij Anjum vloog plotseling op, door een schrik reactie van een overvliegende Blauwe reiger, om even later op een weiland verderop weer neer te strijken. Waarschijnlijk dachten de vogels dat er een Zeearend [Haliaeetus albicilla] aan kwam vliegen en zeg nou zelf: Het is altijd weer een fraai gezicht als de hele vlucht opvliegt.
 
 
Het werd "donker" aan de horizon.
 
Zij trokken zich er niets van aan en waren blij samen te zijn.
 Bij het Oude Robbengat hadden de mannetjes Brilduiker [Bucephala clangula] het druk. Ze zoeken naar voedsel als, plantaardig materiaal, schelpdieren, ed. Ook voor deze vogels begon het voorjaar te kriebelen. Er zaten twee paartjes. Af en toe zwommen ze half onder water, naar elkaar toe om hun partner te beschermen. Soms kwamen ze hoog boven het wateroppervlakte uit om elkaar te imponeren. Hier kan ik van genieten en wel uren naar kijken.
Mannetje Brilduiker.
 
Mannetje Tafeleend in de nieuwe jachthaven.
In de nieuwe jachthaven van Lauwersoog zwom ook nog een mannetje Tafeleend [Aythya ferina]. Ik wilde een leuke foto van hem maken, maar hij kon sneller zwemmen dan dat ik kon lopen door het losse zand. Maar de foto is redelijk gelukt.

zondag 16 februari 2014

Het voorjaar komt er aan.

Volgens diegene die het kunnen weten, ligt het voorjaar nu 3-4 weken voor op schema. Deze week was ik even op de Schermdijk en zag dat de niet alleen de Wilde eenden, maar dat ook al verschillende Scholeksters [Haematopus ostralegus] weer waren gepaard.
De Scholeksters komen aangevlogen over de Eems.
In de verte zag ik een grote groep Scholeksters vliegen boven de Eems. Even later gingen ze op het taluud van de Schermdijk zitten. Altijd een mooi gezicht en dan vraag je je af, hoe het kan dat ze niet tegen elkaar aanvliegen. Het zijn echte "vlieg-kunstenaars". Het duurt even voordat een ieder zit, maar als een ieder zijn plekje heeft gevonden, noemen we de groep een "soos" In de "soos" wordt vooral gerust en wordt het verenpak gepoetst.
 
Een ieder vindt zijn plekje om te rusten.

Eindelijk uitrusten in de "soos".


Het baltsen van de Scholeksters noemen we "tepieten".
 
 Wat verder weg van de soos zijn de paartjes bezig met het bepalen van hun broedterritorium. Dit baltsgedrag noemen we "tepieten". Genoemd naar het geluid dat de vogels er bij maken. Zowel de mannetjes als de vrouwtje nemen aan dit tafereel deel. Om te bepalen welke vogel bij wie hoort, zijn verschillende vogel gekleurringd. Op de dag dat de vogel geringd wordt, noteert men alle gegevens van de vogel, als: geslacht, gewicht, snavellengte en natuurlijk de kleurcode van de ring en het nummer van de aluminium ring van het Vogeltrekstation in Arnhem. Zo kan men altijd achterhalen waar, wanneer en wie de vogel heeft geringd. Ook de leeftijd is dan bekend.
De onderstaande codes betekenen: LO-BBWB = Links Orange-BlackBlack WhiteBlack
LG-BBWH= Links Green-BlackBWhiteH
De kleurcode wordt aangegeven in het Engels.

Scholekster met kleurring-code LO-BBWB
 

Scholekster met kleurring-code LG-BBWH
 

donderdag 6 februari 2014

Zilvermeeuw uit Finland.[Larus argentatus]

Dat vogels grote afstanden afleggen, tijdens de trek is bij velen wel bekend. En ze beginnen er al op jonge leeftijd mee.
Zilvermeeuw [Larus argentatus] met ringnummer: HT-286.135
Zo las ik van morgen een metalen ring af van een 2e Kj [= 2e Kalenderjaar] Zilvermeeuw met ringnummer: HT-286.135, uit Finland. De vogel zat op het muurtje van de parkeerplaats van Q-buzz in Appingedam. Dit is voor mij een vaste voer- en afleesplek geworden.
Ik heb het even uitgerekend, dat als deze vogel geringd is toen hij/zij 4 weken oud was, dan is hij nu 219 dagen oud. Dus nog geen jaar oud en al een afstand afgelegd van zo'n kleine 2000 Km.
De vogel is geringd op 23 juni 2013 in de omgeving van het plaatsje Virolati in Zuid Finland.
Een hele prestatie op deze leeftijd. Ik doe het hem niet na en dan ook nog zonder ouders.
Leuk werk, dat aflezen. het is altijd weer spannend waar de vogel vandaan komt.
Dus als je een vogel met een [kleur]ring ziet, altijd de moeite waard om te kijken, eventueel met telescoop, of je de ring af kan lezen. Info over de gebruikte ringen uit diverse landen, is te lezen op: www.vogeltrekstation.nl

De afgelezen ring [HT-286.135].

maandag 3 februari 2014

Oterdummerpier.

De vis- en patatwagen komt aangereden.


Of het nu hoog- of laagwater is, het maakt niet uit want op zondag tegen 12 uur zitten de meeuwen al te wachten. Ze wachten nl. op de vis- en patatwagen. Ze zitten zowel op de pier als met laagwater op het wad. Opeens vliegen alle vogels op in de richting van de oprit van de pier. Daar komt de visboer. De honderden vogels begeleiden hem tot op de standplaats. De verkoopwagen en de aggregaat worden uit de wind geplaatst en als dat is gebeurd, komt de eigenaar met een grote bak afval en niet verkochte producten, om dit aan de meeuwen te voeren. Opeens is de hele pier weer vol met de diverse meeuwensoorten, als: Zilvermeeuw, Kokmeeuw en Stormmeeuw. 



De visboer strooit het afval op de pier.

Ze duiken op het uitgestrooide "voer"en schransen de heleboel in een mum van tijd naar binnen. Nu is het moment voor de vogelaar om de soorten te zoeken, ringen aflezen en eventueel zijn foto's te maken. Kort na de "maaltijd" vliegen de vogels naar het water van de Eems, om de etenswaren weg te spoelen. HET ZIJN NET MENSEN.

Stormmeeuwen [Larus canus] in "paringsritueel".
 



Zilvermeeuw. [Larus argentatus: ondersoort "omissus" Let op zijn lichtgele poten.

Bij de Zilvermeeuwen heb ik tot nu toe 2 [onder]soorten kunnen ontdekken, nl. de Pontische meeuw en de noordelijke variëteit van de Zilvermeeuw: Larus argentatus, var. omissus.

Zilvermeeuw [Larus argentatus] met zwarte kleurring: J1309