Totaal aantal pageviews

donderdag 17 augustus 2017

De zeer zeldzame Grijze wouw [Elanus caerculeus].

Grijze wouw, juveniel.
De Grijze wouw is een zeldzame dwaalgast uit West- en noord Europa. Tussen 1971 en nu is de vogel slechts 22 keer in Nederland waargenomen. Het is de 2e waarneming voor de provincie Groningen. De eerste waarneming was op 20 en 21 augustus 2015 in de omgeving van gemeente De Marne.
In 2000 zat er een vogel geruime tijd, van 4 juni tot en met 23 augustus, in en rond de gemeente Emmen.
De vogel leeft vooral in een omgeving waar savannes te vinden zijn, de buurt van graslanden en in landbouwgebieden, al waar hij vooral jaagt op grotere insecten, reptielen en kleine zoogdieren. Hij bespiedt ze vanaf een hoger gelegen punt als: dode boomtakken, telefoonpalen en bovengrondse elektrische leidingen.
"Onze", zeer zeldzame, Grijze wouw verblijft nu al twee weken in de buurt van het Schildmeer en het Dannemeer.
Grijze wouw, juveniel.

donderdag 20 juli 2017

Grote vuurvlinder en meer.

De, in Nederland, zeldzame Grote vuurvlinder.
Gistermorgen zijn we in alle vroegte vertrokken naar Overijssel. Ergens in Overijssel is een plek waar de zeldzame Grote vuurvlinder in Nederland nog voorkomt. Na een rit van ongeveer anderhalf uur kwamen we op de plek aan. De zon kwam op met een mooie oranje "schapen"-wolkendek. Tegen 05.40 uur zou de zon officieel opkomen en dan moet je er bij zijn. Het was de afgelopen nacht koel geweest, want de eerste libellen waren mooi met dauwdruppels bedekt. Dat was het waar we naar zochten en vast te leggen. Het was even zoeken in de natte, hoge begroeiing. Goed voorbereid hadden we een oude broek aangetrokken en al na een paar keer door de knieën te zijn gegaan, scheurde mijn ene broekspijp bijna geheel af.
Grote vuurvlinder met ingeklapte vleugels.
De Vuurrode heidelibel zagen we veelvuldig met min of meer rode kleur. Het mannetje van de Zwarte heidelibel was ook erg fraai met dauwdruppels bedekt, even als het vrouwtje. Ook diverse juffers waren wat moeilijker te onderscheiden, maar toch maar een foto van maken want je weet maar nooit of er een bijzondere soort tussen zit. In ieder geval zagen we de Grote roodoogjuffer met zijn mooie, fel rode ogen. Ik heb nog een groot aantal soorten juffers om te determineren. Enkele juffers speelden verstoppertje. Als je ze wilde fotograferen, kropen ze aan de achterkant van de stengel waarop ze zaten. Als je dan met je hand bewoog naar de zijkant van de stengel, kropen ze weer terug in beeld.
Vuurrode heidelibel.

Terwijl de zon steeds hoger kwam, begonnen de opgedroogde en opgewarmde libellen en juffers te vliegen en dus ook moeilijker te fotograferen.
We troffen ook nog een mooie bedauwde vlinder aan, waarvan we de naam niet kenden. Uitzoeken dus.
Tegen half 10 gingen we op zoek naar de Grote weerschijnvlinder, die zich in een oude eik met sapstromen zou bevinden. Wat we aantroffen waren alleen een 6-tal Atalanta's, echter geen Grote weerschijnvlinder. Een stuk verder gereden naar de plek waar we de Kleine- en grote vuurvlinder zouden kunnen zien. Na een wandeling van 800 meter, kwamen we op de bewuste plek aan. En inderdaad zagen we langs het fietspad als eerste de Kleine vuurvlinder en na een korte zoektocht ook de grote vuurvlinder. Wat een prachtige vlinder is dat. Ik heb er ongeveer 100 foto's van gemaakt, omdat ik zeker wilde zijn dat hij er goed opstond, want van stil zitten hebben ze nog nooit gehoord. Toen we terug liepen naar de auto, zag ik een Gewone oeverlibel die een langs vliegend Bruin zandoogje ving er er mee weg vloog. Dit had ik nog nooit gezien.
Bedauwde Bruin zandoogje [vrouw].
Na een tevreden, succesvolle en geslaagde morgen, keerden we om half 12 huiswaarts.
Op de terugweg toch nog even weer bij de oude eik gekeken, maar ook nu geen Grote weerschijnvlinder. Volgende keer beter.
Kop-detail van de Paardenbijter.

zaterdag 8 juli 2017

De Dagpauwoog [Aglais io].

Van rups tot vlinder.
De Dagpauwoog is een vlinder uit de familie van de dagvlinders. Het vrouwtje "plakt" haar 50-150 eieren onder een blad van de Brandnetel. Want dat is voor deze vlindersoort de waardplant. De eieren komen, bij ideale weersomstandigheden, na een paar weken uit.
Rupsen van enkele dagen oud.

De rupsen, vlak voor het verpoppen.
De jonge rupsen zijn eerst geel-groenig van kleur en verblijven in een spinsel. Na iedere vervelling worden de rupsen donkerder, tot ze uiteindelijk zwart zijn met witte stippen en stekelige haarborstels over het hele lichaam. Al 20-25 dagen na de geboorte van de rupsen gaan ze verpoppen en hangen dan onzichtbaar voor predatoren aan de onderkant van het blad van de Brandnetel. De cocon heeft een mooie, glanzende goud-koperen kleur. Dat is alleen al mooi om te zien. [foto volgt]
11 dagen na het verpoppen van de rups, komt de "nieuwe" vlinder tevoorschijn. Om uit de cocon te kruipen moet een hele krachttoer worden verricht en duurt ongeveer een half tot een heel uur. Na een uur van rekken, strekken en oppompen kan de vlinder vliegen.
Vlinder van de voorjaars-generatie.
De nieuwe generatie van de Dagpauwoog zie je vanaf eind juni en vlinders van voor die tijd zijn zgn. overwinteraars. Ze overwinteren in vorstbestendige ruimtes, als kelder, schuurtje en soms in trappenhuizen. Hier kruipen meerdere exemplaren bij elkaar.
De vlinder leeft van nectar en het sap van rijpe en gekneusde vruchten.
De voorjaars-generatie van de vlinders hebben vaak licht "beschadigde" vleugels, terwijl de zomer-generatie, mooie, gave en onbeschadigde vleugels heeft.
De lengte van de vlinder, gemeten over de voorvleugel, een lengte van zo'n 60-70 mm.

zaterdag 24 juni 2017

Jong leven op Camping "Bij de Schaapskooi".

Het is juni en dus zomer. Al zou je dat vandaag en voor morgen, niet zeggen. Toch gaat het dieren- en plantenleven gewoon door, als was het echt zomer. Zo ook op Camping "Bij de Schaapskooi" in Hulsen, bij Nijverdal.
Eén van de 4 jonge Toggenburgergeitjes.
Het vrouwtje van de Roodhalsgans.
De beide paartjes Roodhalsganzen zitten nu nog te broeden, maar vandaag of morgen komen de eerste 5 eieren uit. Er zijn uiteindelijk 3 Roodhalsjes geboren op maandagmorgen 26-06-2017. Eind van de week komen de andere eieren uit.
Het begon met de geboorte van de Toggenburgergeitjes op 6 mei. Eerst weren er 3 geboren bij één Geit en later nog eentje bij een andere geit. Deze was veel groter dan de eerste drie.
Enkele weken later werden er op vrijdag 8 juni 6 Keizergansjes geboren. Helaas bleven er maar 2 kuikens over, door een paar dagen koud en regenachtig weer zijn de kuikens overleden. Nu ze op de grote weide lopen groeien ze als kool.

De eerste 3 kuikens zijn geboren.
Er vliegen nu 3 jonge Goudvinken rond en de Staartmezen, Pimpel- en Koolmezen blijven niet achter. De Staartmezen zag ik de afgelopen week met 19 exx. rondvliegen door de boomtoppen. Ze zitten geen moment stil.
Jonge Goudvink snoept van de krenten.

De Goudvinken houden zich ook op in de boomtoppen, maar komen regelmatig naar beneden om zich te goed te doen aan de verkleurende krenten. Echter het broedsel van de Wielewalen is verstoord door de Gaaien. Dat is erg jammer, maar de volgende keer gaat het misschien wel goed. Zo is de natuur!!

In het geitenhok broedden een paartje Boerenzwaluwen en hiervan zijn de jongen reeds uitgevlogen. Ze zitten nu onder de overkapping en worden door de ouders gevoerd.
Vlak bij onze caravan zit een merelnest. Donderdagmiddag vloog het vrouwtje met een halve, lege eierdop het bos in. Nu, zaterdag 24 juni, liggen er 4 kale, grijze jongen in het nest. Ook rond de camping, gelegen aan de rand van het natuurgebied "Het Wierdense veld" is er genoeg te beleven. Met zo'n 80 soorten vogels, 15 soorten dagvlinders en tientallen soorten libellen en juffers, waaronder de vrij zeldzame Noordse witsnuitlibel.
Zo zie je maar, er is genoeg te zien op en rond een camping, als je je ogen maar goed de kost geeft.
2 jonge Boerenzwaluwen onder de overkapping.

woensdag 7 juni 2017

Steenuilen ringen. [Athene noctua]

Jonge Steenuil.
Zaterdagmorgen, 3 juni 2017, was het dan zover. Jonge Steenuilen ringen.
Ik had de ringer Albert al eerder ontmoet bij ons op de camping, waar hij ook een Steenuilenkast heeft hangen en wel toevallig naast onze caravan. Vorig jaar heeft er een paartje Spreeuwen in gebroed en dit jaar nam de Merel bezet van het plankje bij de nestingang. Ik zei tegen Albert dat ik wel een keertje mee wilde om te ringen. Zijn antwoord was: Je krijgt wel een berichtje of een belletje. Ik gaf hem mijn kaartje en we namen voorlopig afscheid. Vol spanning bleef ik in afwachting van een berichtje. Tot donderdag 1 juni, toen in de mailbox een positief berichtje zat van Albert. We hebben over en weer gebeld en de afspraak gemaakt voor 3 juni. Toen ik om 10.45 uur bij het adres aankwam, stond de familie al op mij te wachten. Aanwezig waren: Albert zijn vrouw, zijn zoon en dochter en de 4 kleinkinderen. Dit was een éénmalige actie met zo'n grote groep mensen. Ook waren de beide bewoners van het pand er bij aanwezig.
Eerst werd de kast afgesloten met een verfrol en gecontroleerd op de aanwezigheid van de jongen. Een verfrol wordt geplaatst om te voorkomen dat de jongen door het gat naar buiten vallen/vliegen. Bij de eerste controle lagen er 4 mooie, witte eieren in het "nest". Ze waren alle 4 uitgekomen en nu zaten er 4 mooie, ringbare jongen in de kast. De "takkelingen" waren er klaar voor om geringd te worden.
Aandacht voor het ringen.
Op de foto.
Iedereen keek aandachtig toe hoe het allemaal in zijn werk ging. Vooral de kinderen waren dol enthousiast. Eerst ringen, dan de vleugellengte opmeten [voor het bepalen van de leeftijd] en dan nog even wegen. Nadat iedereen een uiltje had vastgehouden, al of niet met een linnen zakje om de poten, tegen bescherming van de scherpe nagels in je vel, en iedereen op de foto was gezet, gingen ze weer richting van de kast. De 4 uiltjes kregen de namen van de kleinkinderen.
Een ieder die een uiltje had vastgehouden gaf deze terug aan opa en die zette ze terug in de kast en de klus was geklaard.
Albert, namens alle aanwezigen bedankt voor deze fijne morgen, waar menigeen iets van had geleerd van iets dat je zelden mee mag maken. Albert, nogmaals bedankt.
Op of in de weegschaal?

zondag 28 mei 2017

De Zwarte roodstaart.

Vorig jaar een broedgeval onder de zonnepanelen van de buren. Nu bij ons in de tuin. Half maart heb ik een plankje onder de overkapping gemaakt met de bedoeling om broedgelegenheid te creëren voor de Zwarte roodstaart. Dat is dus gelukt.
Zw.roodstaart met voer.
Op 21 mei zit het vrouwtje stevig broedend op het nest. Ze laat zich door niets en niemand van de wijs brengen. 27 mei zijn we onverwachts van vakantie terug gekomen i.v.m. ziekte. Ik keek in het nest, geen broedvogel aanwezig en zag er 5 spierwitte eitjes in liggen. Tegen drieën zag ik voor de zoveelste keer dat het vrouwtje lege eierschalen aan het wegslepen was. Zeker tot 10 uur in de avond vlogen beide ouders af en aan met voedsel.
Plankje voor het nest van de Zwarte roodstaart.
Zw.roodstaart vrouw.
Vanmorgen 28 mei, alarm bij het nest want ik kwam te dichtbij. Beide ouders vlogen luid roepend in de Leilinde, met de melding dat ik daar eigenlijk niet mocht komen.  ook een Ekster had waarschijnlijk door dat er iets gaande was, want die kwam om 09.15 uur poolshoogte nemen. Laat die Eksters maar mooi wegblijven. Als er een Ekster te dichtbij kwam, was 11 van de ouders steeds aanwezig om hem weg te jagen.
Regelmatig zie ik het vrouwtje met voer aankomen, maar het mannetje minder. Deze vliegt via een andere weg met voer naar het nest. Vandaar. Het vrouwtje kwam al met een "poepzakje" uit het nest. Dus dat gaat goed met de jongen. Ik hoop dat ze alle vijf groot worden, want het is een mooie vogel om te zien. Ik hou jullie op de hoogte.
Zwarte roodstaart-man
Zw.roodstaart vrouw kijkt naar het nest.

dinsdag 9 mei 2017

Kruisbek. [Loxia curvirostra]De Kruisbek is een broedvogel van naaldbossen en dan voornamelijk sparren

De Kruisbek is een stevig gebouwde vinken-soort, die soms als invasie vogel uit Scandinavië, in grote aantallen in ons land verblijft. Meestal komt dat door voedsel schaarste in het hoge noorden.
De Kruisbek is een broedvogel van naaldbossen en dan voornamelijk met veel sparren. Ze broeden hoog in de boomtoppen van de sparren omdat de naalden daar veel dichter zijn dan lager tussen de takken. Het nest wordt gebouwd van takjes en mossen, afgewerkt met fijne haren. Hierin legt het ♀ [vrouwtje] 4-5 eieren. Ze broeden al vrij vroeg in het voorjaar, dat kan al in februari/maart. Ze hebben een vrij lange broedperiode. De broedduur is plm. 15 dagen en beide sexen broeden.
Kruisbek-mannetje.
Het is de meest algemene en wijdst verspreide van de 3 soorten.  De 2 andere soorten zijn: Grote kruisbek [Loxia pytyopsittacus] en de zeldzamere Witbandkruisbek [Loxia leucopterea]. De eerste vogels die ik ooit heb gezien was in 2011, hoog in de sparrenboom-toppen in een bos bij Midlaren. De tweede keer dat ik ze zag, was een groep van 11 vogels in het zand, op de camping Les Trexons in de Vogezen. En nu, 4 mei 2017, een prachtig stelletje die laag in een berk zaten langs het fietspad naar de Haarlerberg [Sallandse Heuvelrug]. Mijn aandacht werd getrokken door het veel en luid, metaalachtige gezang van het ♂. [mannetje] Dat vele malen achter elkaar herhaalde, vrij hoge "Glip, glip, glip, glip". Het mannetje zat ongeveer 4 meter hoog en het vrouwtje iets hoger.
Kruisbek-vrouw.
Kenmerkend voor de vogel is de gekruiste snavel waarmee ze gemakkelijk sparrenkegels en dennenappels kunnen ontdoen van hun schubben, zodat ze bij de zaden kunnen komen. Tijdens het foerageren maken ze weinig geluid waardoor ze niet zo gemakkelijk worden gezien en gehoord.
Ze komen voor van Zuid-Spanje tot aan Siberië en Griekenland/Turkije.
Bij het mannetje kruist de onder-snavel naar rechts en bij het vrouwtje naar links.
Op mijn foto staat een nog niet geheel uit gekleurd mannetje en een volwassen vrouwtje in zomerkleed.
Kruisbek-man.

zaterdag 29 april 2017

Groene specht [Picus viridus].

Mijn eerste Groene specht [man] op de camping.
Deze vogel stond al een paar jaar op mijn verlanglijstje. Telkens hoorde je hem maar zien, ho maar.
Ik had steeds het idee dat hij mij "uitlachte". Dat is ook zo. Hun gezang lijkt meet op lachen dan op zingen.
Mijn tweede Groene [vrouw] bij de camping in Nijverdal
Twee weken geleden was ik op zoek naar de Zwarte roodstaart. Deze prachtige vogel zie je steeds vaker in de bebouwing, dan een tien-tal jaren geleden. Er zit ook een paartje bij ons bij de steenfabriek, dat met zijn vele nissen, hoeken en gaten een ideaal biotoop is voor de zwarte roodstaart.
Juveniele Groene specht.
Ik kon hem niet vinden tussen de stenen en ben verkast naar de andere kant van de fabriek. ook daar zat hij niet. Na een paar minuten te hebben gewacht, vloog er plots een fel groene flits voor mijn auto langs.
Groene specht [vrouw] bij de steenfabriek.
Dat was dus de Groene specht. Snel kijken tegen welke boom hij zich vastklampte en de eerste 3 foto's waren dan ook grandioos mislukt. Ik heb toen mijn auto een meter of 10 verplaatst en kon de vogel niet zien. Kort daarop kwam zij [want het was een vrouwtje] van de achterkant van de boom tevoorschijn. Toen was het 'knippen" geblazen en met als resultaat een paar hele mooie foto's en een zeer tevreden fotograaf.
Het verschil tussen een Groene specht-man en een vrouw is, dat: een mannetje heeft rode "wangen". Ze hebben wel alle drie [man-vrouw en jong] een rood petje. Maar een jonge vogel is nog niet zo mooi groen gekleurd en is over de hele borst gespikkeld.

vrijdag 7 april 2017

De Geoorde fuut [Podiceps nigricollis].

Geoorde fuut-man.

De Geoorde fuut is een broedvogel van ondiepe, vegetatierijke wateren, plassen en meren. Deze plassen en wateren, met bij voorkeur grote- open stukken water, zijn zeer in trek bij de Geoorde fuut. Zo ook dus het Dannemeer-gebied in Roegwold. Volgens de waarnemers/tellers hebben hier vorig jaar zeker 30-35 paartjes gebroed en hun jongen grootgebracht. een grandioos succes in deze afgelopen 2 jaar dat het gebied bestaat.
Dit jaar [2017] heb ik mijn eerste paartje gezien op 14 maart. Dit was toen ook het enigste paar. Op 6 april ben ik er weer geweest en toen was het aantal paartjes gegroeid tot 4 exx.
Paartje Geoorde fuut.
Opvallend aan deze vogels zijn de mooie, felle gele "oorpluimen" aan de zijkant van de kop. aan de achterzijde vallen de "poederdons-achtige" veren direct op. Een groot verschil met de Kuifduiker, [Podiceps auritus], in zomerkleed, die heeft dikkere "oorpluimen". Die hebben hun hoofdtooi hoger op de kop staan. vergelijk deze beide vogels ook eens met de Dodaars [Tachybabtus ruficollis] , in zomerkleed, want die heeft geen "oorpluimen".
Het vrouwtje komt weer boven.
Herkenning van deze 3 soorten duikers kan op grotere afstand weleens zorgen voor problemen, vooral met fel zonlicht.
de Geoorde fuut is een heel actief duikertje, die regelmatig onder water zit voor zijn voedsel. Let in het voorjaar ook vooral eens op de zgn. "Paringsdans". Wonderschoon zoals ze dan als het ware over het water "vliegen". ZEER de moeite waard om dit schouwspel eens te gaan bekijken.
Het paar tijdens de zgn. "Paringsdans".

zondag 2 april 2017

Omdat ze zo verschrikkelijk mooi zijn: IJsvogel.

IJsvogel-man voor het nest.
de IJsvogel-man wacht regelmatig bij het nest op zijn vrouwtje.
Daar is het vrouwtje.
Eindelijk, daar is ze.
Een klein Bleitje wegwerken.
Het vrouwtje is rechts geringd met een alu-ring. ik zag dat pas toen de foto op de PC stond. Nu nog de uitdaging om de ring af te lezen met de telescoop.
Die smaakt lekker.
De ring aflezen zal een hele tour worden, want het vrouwtje laat zich steeds minder zien. Misschien heeft ze al eieren.

Even knuffelen voor een goede relatie.





dinsdag 21 maart 2017

Nogmaals de Klapekster [Lanius excubitor].

Vanmiddag heb ik maar weer eens de Klapekster opgezocht, die al geruime tijd bij het Schildmeer rondhangt. In het gebied staat oud riet, af en toe een opgedroogde Lisdodde en langs de kant staan een paar struiken. Ideaal voor een Klapekster om te gebruiken als uitkijkpost. Ik zet mijn auto langs de kant van de weg en zie de vogel af en toe opvliegen om een insect te vangen. Telkens weer gaat hij na de vlucht op een lange, droge, stengel van de zuring zitten. Vaak op dezelfde stengel, maar regelmatig op een ander stukje van het perceel. Vanaf dat punt houdt hij de omgeving goed in de gaten.
Het typische gebied voor een Klapekster.
Hij zit erg ver weg in het land, zo'n 150-200 meter, en dus moeilijk om een goede foto te maken. Ik kijk dan ook regelmatig door mijn telescoop om hem te volgen. Misschien komt hij toch wat dichterbij. op een gegeven moment zag ik dat hij een donkere braakbal produceerde en die weg slingerde.Waarschijnlijk had hij bij het opvliegen wat gezien in het gras en bleef staan "bidden". Zittend op een lange rietstengel, schommelend in de harde wind, deed hij vele pogingen om aan eten te komen. Even was hij uit het zicht verdwenen en na ongeveer 10 minuten zag ik hem weer. Nu op een heel andere plek staan bidden, dan voorheen. Al met al een heel druk baasje dit mannetje Klapekster, die mij niet in de gelegenheid stelt om een leuke foto te maken.
De Klapekster op de uitkijk.
Ik ben door het klaphekje gegaan en een paar honderd meter de "zanddijk" opgelopen en ik kwam steeds dichterbij de Klapekster, maar de afstand van mij tot de vogel bedroeg nog steeds 50-60 meter. ik kon toch nog een paar redelijke foto's maken. Even later vloog hij helemaal achter in het gebied en weg was'ie. Op de terugweg naar mijn auto zag ik og een paartje Roodborsttapuiten. Mijn eerste voor dit jaar.
Roodborsttapuit-paartje [Saxicola rubicola].
Toen ik wegreed zat hij, weer wat dichterbij, bovenop de stengel van een Lisdodde, alsof hij mij uitzwaaide. Dit was echt een "geniet"-middagje rond het buitengebied Schildmeer.

Ook op deze foto staat een Klapekster.

zondag 19 maart 2017

De Rode kelkzwam. [Sarcoscyphia austrica en S. coccinea]

Even iets heel anders dan dat u van mij gewend bent. deze keer geen vogels maar paddenstoelen. En ook nog winterpaddenstoelen. Veel mensen weten dat er in de herfst een massale groei is van paddenstoelen, maar niet dat er ook in de winter een hele mooie soort groeit. Het zijn de bekendste winterpaddenstoelen door hun mooie opvallende rode kleur. De Rode Kelkzwam.
[Krulhaar]-Kelkzwam, met een klein beestje erin .
Er zijn in Europa 4 soorten kelkzwammen en 2 daarvan groeien in Europa. De Rode kelkzwam en de Krulhaarkelkzwam. De laatste is in Nederland de meest voorkomende. Je moet echter wel microscopisch onderzoek doen bij beide soorten, om ze uit elkaar te houden. Dus wat doen wij dan, we geven beiden dezelfde naam.
De Rode kelkzwam komt voor in heel Europa, Noord- en Zuid Amerika, Afrika, Azië en zelfs in Nieuw Zeeland.
[Krulhaar]-kelkzwam.
De Krulhaarkelkzwam is, op wereld schaal, in Nederland veel algemener. Is goed bekend in Europa en Noord Amerika tot aan Bodø in Noorwegen, vlak bij de Poolcirkel.
Ik vond in het Biessummerbos een plek waar wel 150-200 exemplaren stonden op een vochtige plek met veel mos op oude, bijna vergane boomstammen. De grootste had een afmeting van 7 cm in doorsnee en de kleinste nog geen halve cm.
Kleine [Krulhaar[- kelkzwammetjes.

maandag 13 februari 2017

Ringsnaveleend [Aythya collaris] uit N-Amerika, in Groningen.

"Onderzeeër"
Al een paar dagen verblijft deze zeldzame trekvogel in de provincie Groningen. Het oorspronkelijke leefgebied van deze vogel is Noord-Amerika en Canada. Het is een mannetje en de vogel is niet geringd. Dus niet ontsnapt uit een collectie van een liefhebber.
Hij heeft gezelschap van 2 vrouwelijke Kuifeenden.
Mannetje Ringsnaveleend.

Met 1 van de vrouwtjes Kuifeend.
Ringsnaveleend op het ijs. Aan beide poten geen ring.
Het mannetje is 1 dag weggeweest [15-02-2017] en was donderdag weer terug. Nu in gezelschap van een paartje Kuifeend en een enkel vrouwtje. ook vandaag, 01-03-2017, nog steeds aanwezig.
Dit is de 4e waarneming voor Groningen en de laatste keer was hij gezien in de stad Groningen.

Blijven poetsen voor een waterdicht pak.