Totaal aantal pageviews

maandag 16 augustus 2021

De Koninginnenpage [Papilio machalon].

De prachtige Koninginnenpage.

 

Er is een tijd geweest dat deze prachtige vlinder voornamelijk in zuidelijk Nederland voor kwam. Mijn eerste waarneming dateert van 19 mei 2014, langs een fietspad in Nijmegen. Dat vond ik al een mooie waarneming, want toen had ik deze vlinder nog nooit gezien. Hij zat hier toen op klaver, terwijl de meeste exemplaren foerageren op Peen en Wilde peen. ook de melkdistel is een gewilde plant om nectar uit de bloemen te zuigen.

Mijn allereerste Koninginnenpage in Nijmegen [2007].

De rups heb ik nog nooit gezien, maar een foto kon ik gelukkig "lenen" van een mede-fotograaf. Ook dit is een prachtig dier om te zien en is plm. 40 mm lang. Het vrouwtje van de Koninginnenpage legt ongeveer 150 eitjes op de waardplant, als Dille, Kervel, Pastinaak en [Wilde]-Peen en na plm.7 dagen komen ze uit. In de larve [rups] stadium verveld de rups 4 keer. De nieuwe vlinders vliegen ongeveer 3-4 weken, paren en leggen dan ook weer eitjes, vooral op Peen. 

De rups van de Koninginnenpage [foto FB].

De tweede generatie legt ook weer eitje en die komen ook na 7-8 dagen uit. De pop overwintert zo'n 200-290 dagen in de grond, tot het komend voorjaar en dan begint de hele levenscyclus opnieuw. Ook dan is het weer genieten voor de fotograven. Wij hebben in totaal 5 volwassen vlinders [Imago's] gezien in de Eemshaven, dus dat ziet er voor volgend jaar misschien goed uit.

Koninginnenpage in de Eemshaven.

Gistermorgen liepen we met 4 personen door het gebied op zoek naar deze mooie vlinder. Een van de mensen had hem al gezien en na een half uur kwam hij weer tevoorschijn. Daarna klikten de camera's onophoudelijk. Ik kwam in ieder geval thuis met zo'n 1000 foto's. en dan is het kiezen. Maar het resultaat zie je voor je.

De vlinder heeft een spanwijdte van 75-85 mm en is daarmee één van de grootste pagesoorten.

Van de zijkant gezien.







Als toegift zagen we nog een Bruinblauwtje. Helaas geen foto van kunnen maken. Hij was sneller dan mijn camera. Volgende keer.

vrijdag 23 juli 2021

Heesterslak [Arianta arbustorum].

Een eerdere benaming was: Helix arbustorum

Volwassen slak.

Dit is een huisjesslak die leeft in geheel Europa, op allerlei ondergronden van droog tot nat en begroeid tot kale vlaktes met sporadische begroeiing. In de regen periode lopen ze vaak over het tegelpad en de straat.

Diverse uitvoeringen.


De soort is gemakkelijk te herkennen aan de zwarte slak. Dit is de enige soort waarvan de slak zwart is, terwijl de het dier van de andere soorten huisjesslakken vleeskleurig zijn.

Het huisje is spiraalvormig opgebouwd met een stevige witte mondrand. Er zijn 5-6 lichte rondingen die naar de top kleiner en smaller worden. De afmetingen zijn: doorsnede tot 25 mm en een hoogte van 15 mm. De kleur loopt van geel tot donkerbruin en alle tussenliggende kleuren. Over het midden van de schelp loopt vaak een donkere band. Het schelp oppervlak is glad en met fijne groei-groefjes. Deze groefjes kun je gemakkelijk zien onder een microscoop.


Hier is de band duidelijk te zien.

In de herfst zoekt de slak een plekje op waar hij kan overwinteren. Om niet te bevriezen en uit te drogen, vormt hij een "operculum" Dit is een dekseltje die de mondrand geheel afsluit..

Het verschil in grootte met de Wijngaardslak [Helix aspersa]
Hier is de spiraal duidelijk te zien.


donderdag 8 juli 2021

De mysterieuze Nachtzwaluw [Caprimulgus europaeus].

Slapende Nachtzwaluw-mannetje.


Een veel gebruikte, alternatieve naam voor de Nachtzwaluw is; Geitenmelker. Als je de Latijnse familienaam vertaald, is het inderdaad: Geitenmelker. De Nachtzwaluw is 24 tot 28 cm lang en heeft een spanwijdte tot 59 cm.

Het grijs-bruin gestreepte verenkleed valt bijna niet op als de vogel ligt te slapen op een tak van een eik of den of op de grond. Inderdaad, de vogel ligt te slapen. Soms met beide ogen dicht, maar als er iets lawaai is, dan gaat er een oogje open. Dat heb ik zelf ervaren. Ze vertrouwen volledig op hun schutkleur. Als er een schaapherder met zijn kudde voorbij komt, wordt het te druk en is het wegwezen.

Nachtzwaluw.

De Nachtzwaluw is een schemer-actieve vogel. Dan begint hij in de paartijd met een zeer langdurige "triller". Het is tevens de makkelijkste manier om hem te ontdekken of ze in een bepaald gebied aanwezig zijn. Ze komen vooral voor in open bos- en heidegebieden. Tijdens zijn geruisloze baltsvlucht heeft het mannetje een zachte maar scherpe roep. 

Het vrouwtje broedt op de grond onder een grote graspol of onder een struik heide. Ze legt meestal 2 grauw-witte eitjes met donkere spikkels en vlekjes. Je kunt er bijna bovenop staan, zonder haar te zien liggen. Een enkeling is dat wel gelukt. Mij nog nooit.

Het is een trekvogel die pas laat in het broedgebied aankomt, meestal niet voor begin mei. Hij overwintert tot in Zuid-Afrika.

De populatiegrootte werd in 2004 geschat op zo'n 2.0 tot 6.0 miljoen, echter de aantallen gaan snel achteruit en vandaar dat ze op de RODE LIJST van vogels staan. Volgens de tellingen van het SOVON [Samenwerkende Organisaties Vogel Onderzoek Nederland] zijn de aantallen tussen 1990 en 2013 weer geleidelijk gestegen. In 2014 zijn in Nederland weer 1595 paren geteld. Van het jaar 2020 zijn nog geen gegevens bekend, qua aantallen.


Zijn "snorharen" en neusgat zijn duidelijk te zien. 

woensdag 7 juli 2021

De Urntjeswesp.


Dat sommige insecten een vreemde plek vinden om hun nest te bouwen, is wel bekend. Zo ook de Urntjeswesp [Eumenes coronatus] Deze zomer zochten ze een plek achter het tentdoek van een caravanluifel. Onze overbuurman kwam aangelopen en zei: "ik heb wat leuks voor jou om te fotograferen".

De Urntjes wesp heeft een lengte van 12-17 mm en komt voornamelijk voor op zonnige, open plekken en heidevelden. Hij heeft een zeer lang en zeer lang gerekt lijf. De kleur is zoals gewoonlijk zwart en geel.

Verschillende stadia van het urntje.

Het begin van het nest wordt als een bolletje gemaakt van zacht leem. Er komt een kort kraagje op waaraan het vrouwtje zich vasthoud tijdens het leggen van het eitje. In elke urn komt slechts 1 eitje die wordt gelegd door een klein gaatje, boven in het bolletje. Als er 1 of 2 rupsen naar binnen zijn gebracht [als voedsel voor de uitgekomen larve], breekt zij het kraagje af en wordt met dat materiaal het bolletje helemaal dichtgemetseld.

En dan is de nakomeling voorzien van voedsel voor de eerste dagen.

5 urntjes op een rij. De bovenste 2 moeten nog worden gevuld. De onderste 3 zijn al dichtgemetseld.


zaterdag 8 mei 2021

Gewone Grootoorvleermuis. (Plecotus auritus)

 Even iets heel anders. 

Maandag 26 april 2021, zijn Hen, Henri en ik naar een fotohut van Arjan Troost, geweest op de Sallandse Heuvelrug.

In totaal hadden we 33 vogelsoorten, een Eekhoorn en een hele bijzondere waarneming: Een GROOTOORVLEERMUIS

Grootoorvleermuis.

Deze beesten zie je niet overdag. Het is de grootste vleermuis die voorkomt in Nederland.

Hoe kan je de gewone grootoorvleermuis herkennen?

  • Een lichaamslengte van 4 tot 5 centimeter groot
  • Extreem grote oren die tot 4 centimeter lang kunnen zijn
  • De neus en het oogmasker zijn lichtbruin tot roze
  • Grijs- tot lichtbruine bovenzijde
  • De hals is lichter van kleur
  • Brede vleugels en lange klauwen
  • Vleugels en oren zijn bruin

Het is een uiterste zeldzaamheid dat deze beesten overdag te zien zijn. We zagen iets bruins naar beneden komen en boven het wateroppervlak een kringetje in het water. We wisten niet wat het was, maar nadat het beest dezelfde handelingen een paar keer had herhaald, wisten we het zeker. Met de vleermuizen-kenner Henk in ons midden, wisten we al gauw dat het om een Grootoorvleermuis ging. En toen hij tegen de berk naast ons ging hangen wisten we het zeker. Een prachtige waarneming met nog mooiere foto's. Onze dag kon niet meer stuk.

Grootoorvleermuis hangt aan een Berkenstam.


woensdag 10 maart 2021

De Blauwborst [Luicinia svecica].

 

De Blauwborst [Lucinia svecica].


Blauwborst man.
Hoewel de terugkomst van de zomergasten van jaar tot jaar een paar dagen kan verschillen, is de volgorde wel altijd gelijk, zoals bijvoorbeeld bij de rietvogels. Daar zijn de rietgorzen en de Baardmannetjes het hele jaar aanwezig, maar op een mooie dag, ergens in de eerste helft van april, arriveren de Blauwborsten. Een paar dagen later worden ze gevolg door de Snor, dan de Kleine karekiet, enz. Als die terug zijn gaat het echt kriebelen. Ik moet er op uit, ik moet ze zien en als het kan, fotograferen. Bij de Blauwborsten komen eerst de mannetjes en een kleine week later, de eerste vrouwtjes. Tegen die tijd zijn de mannetjes alweer bijgekomen van hun tocht uit hun 

Blauwborst man op een kleibult.

overwinteringsgebieden rond de Middellandse Zee en Afrika en proberen ze een territorium te veroveren. Meestal bestaat zo’n territorium uit een brede rietkraag met struiken en kleine boompjes. De mannetjes vliegen langs de rand van hun territorium en laten regelmatig hun krassende liedjes horen. Andere mannetjes die zich in een territorium bevinden, worden aangevallen en weggejaagd, tot ze ver genoeg weg zijn. Zodra de vrouwtjes arriveren, zijn de Blauwborsten op hun felst en laten zicht het meest horen. Als ze gekoppeld zijn en zeker als er jongen zijn, laten de mannetjes zich minder horen en zien.

Spiegeltje, spiegeltje .........

In mijn belevenis laten de Blauwborsten zich het best fotograferen op een mooie zonnige dag met weinig wind, als ze net uit hun winterkwartieren terug zijn. Ze zoeken dan vaste, hoge punten in hun gebied op om hun lied voor te dragen. Als je een territorium hebt gevonden en je hebt een Blauwborst horen zingen, op een hoog punt, dan komt hij daar waarschijnlijk na een tijdje weer terug. Als je dan rustig, op enige afstand een plaats zoekt, dan zullen ze zich vaker laten zien en horen en kun je ze goed fotograferen. Er zijn ook fotografen die een andere, maar wat mij betreft niet diervriendelijke, methode gebruiken. Omdat de mannetjes op dat moment erg territoriaal zijn, reageren ze fel als ze een ander mannetje zien of horen. Deze fotografen spelen dan gewoon een opgenomen liedje van de Blauwborst af, om daar mee de mannetjes uit hun tent te lokken. Dat is NIET mijn werkwijze om een goede foto te maken van een Blauwborst in een rietkraag. Ik ga meestal in de vroege morgenuren oom mijn foto’s te maken.
Luid zingend op een paal.

Soms lukt het en als het niet lukt, ga ik een andere keer weer. Per slot van rekening ben je we heerlijk in de natuur bezig.
"
"Ik wacht op mijn vrouw".