Totaal aantal pageviews

dinsdag 7 november 2017

Grote kruisbek [Loxia pytyopsittacus].

De familie Grote kruisbek. Links 2 jongen, en rechts een mannetje en een vrouwtje.
Gistermorgen naar het Westerveld voor de Grote kruisbekken. Deze mooie vogels verblijven al een aantal dagen in deze omgeving. Ze komen uit Scandinavië en overwinteren in ons land en de zuidelijke landen van Europa.
Van deze soort is de snavel en de kop veel forser dan die van de `gewone` Kruisbek.
We waren er om half 11 en toen we naar `de 3 berken` liepen hoorde ik ze al in de dennen. Gelukkig ze waren er nog. Het zijn vogels en ze kunnen zo maar ergens anders zitten. Af en toe hoorden we het geluid dichterbij of verderaf, maar we zagen ze niet. Tegen 12 uur vloog er een vrouwtje een paar keer bij ons langs, maar ging niet zitten in één van de berken. Wel verdween ze uit het zicht, door aan de andere kant van een Dennenboom te gaan zitten.
Het hele mooie mannetje.
De opwinding was dan ook groot toen er plotseling tegen kwart voor één 4 vogels aan kwamen vliegen en die gingen in de berken zitten. De sluiters van de opgestelde camera´s klikken of hun leven er vanaf hing. Het was een paartje met twee 1e Kj. jongen. Een prachtig rood mannetje met een okergeel vrouwtje en 2 grauwe jongen.
Het jong bedelt om voer.
Eén van de jongen bedelde nog om voer bij het vrouwtje. Ze kwamen steeds lager in de berken, om even later bij een plasje te gaan drinken. Eerst het vrouwtje en even later het mannetje. Er stond erg veel gras om een goede foto te maken. Wat een geweldige belevenis van deze prachtige vogelsoort uit Scandinavië.
Na 90 foto´s was mijn accu leeg en geen reserve mee, dan maar tevreden naar huis. Een hele mooie, geslaagde dag waarop je een hoop geduld moest hebben.
De fotografen op een rij.


donderdag 26 oktober 2017

Zwartbuikwaterspreeuw [Cinclus cinclus cinclus].

English: Dipper
Deutsch: Wasseramsel

Vanmorgen voor de 2e keer vol verwachting naar Peize gereden voor de zeldzame Zwartbuikwaterspreeuw. Dit is een wintergast, die zich sporadisch in ons land laat zien. Toch komt er bijna in iedere winter wel een waarneming ergens in Nederland.
De Zwartbuikwaterspreeuw.

Op de bekende plek lukte het niet. Daar zaten Anneke en Jennie op hun stoeltjes te wachten. Maar geen vogel. Na een fikse wandeling van een 3 kwartier, een paar natte voeten en onder de modder, vonden we hem op een andere plek. We werden eigenlijk op het verkeerde been gezet van de te lopen route. Anneke liep met ons mee langs het Lieverense Diepje, want die had hem ook nog niet op de foto.
Even achterom kijken naar de IJsvogel die van zich liet horen.

De vogel is zeer beweeglijk en kan eigenlijk onder water gewoon staan om zijn prooi te vangen. Soms "staat" hij gewoon in snel stromend water, vooral bij hoogteverschillen in een beekje of riviertje. De prooi bestaat meestal uit larven van insecten en soms een klein visje. Hij is helemaal niet schuw en laat zich heel makkelijk benaderen, tot op enkele meters. Hij zat zich te poetsen op een muurtje bij een overstort. Dat was op 4 meter afstand. Een lust om naar te kijken.
Blijven poetsen voor een waterdicht verenkleed.

Ik wist zelfs niet dat ze op water konden drijven maar hij bleef zich poetsen in het heldere water.
We vroegen aan iemand waar we het beste langs terug konden wandelen en binnen 20 minuten waren we op onze startpunt terug met een serie mooie foto's van deze zeldzame wintergast.
Nog even mooi in het zonnetje.

woensdag 25 oktober 2017

Kraanvogelreis naar MVP.

In de week van 9 tem 14 oktober zijn we met een paar vogelvrienden naar Pruchten geweest. Hier hadden we ons verblijf in een vakantie-woning op Naturcamp Pruchten.
Ochtendgloren bij Bresewitz.
's Morgens vliegen de 1000-den Kraanvogels vanaf Oie naar de foerageergebieden, rondom de Oostzee van Mecklenburg-Vorpommern. De vogels hebben 's nachts geslapen op Oie en Grosse en Kleine Kirr. Dat is een fantastisch gezicht en vooral als er dan ook nog 1 of 2 Zeearenden tussendoor vliegen.
We hadden het fotografie-weer niet mee. Ook het aantal Kraanvogels viel wat tegen.

Rest volgt

zaterdag 2 september 2017

IJsvogel up-date.

Inmiddels is het broedseizoen voor vogels al weer voorbij. Een enkele soort zal nog kleine jongen hebben, zoals de Boerenzwaluwen, maar de meeste jongen zijn vlieg-vlug en vliegen op eigen vleugels.
Zeer waarschijnlijk heeft mijn hulp in de afgelopen "winterperiode" er toe bijgedragen dat de IJsvogels hier in de buurt een goed seizoen hebben gehad. Tenminste 3 jongen zijn groot geworden en gaan nu hun eigen weg. Het begin van het broedseizoen heb ik gemist vanwege vakantie, dus hoeveel jongen er toen waren weet ik niet. Meestal hebben ze meerdere broedsels [2 à 3]
Nog even een opfrissertje van dit voorjaar.
IJsvogel-man met visje.
Nadat de vorstperiode was afgelopen en ik geen wakken meer open moest houden, zag ik in het prille voorjaar steeds het mannetje IJsvogel die op een gegeven moment steeds achter een vrouwtje aanvloog. Dat moet het goede moment geweest zijn voor de paarvorming. Na eind maart heb ik ze beiden niet meer gezien. Af en toe nog wel gehoord in de struiken. Tot afgelopen week woensdag 23 augustus. In één van de beide vijvers zat een paartje met drie jongen. Eén van de beide ouders was op dat moment bezig met het verjagen van zijn eigen jongen, om zoveel te zeggen van: "Wegwezen hier, we hebben je groot gebracht en vanaf nu moet je op eigen vleugels verder".
Ik hoorde ze af en toe nog wel bedelen om voer en dat werd ook gebracht. Soms zaten ze recht boven mij zitten en even later in de struiken aan de andere kant van de vijver. Te ver weg om ze goed te kunnen fotograferen. Na donderdag zag ik af en toe meer dan 2 vogels en begin deze week alleen nog de beide ouders. Nu maar hopen op een niet al te strenge winter, zodat de jongen van dit jaar en de andere IJsvogels, volgend jaar weer met succes kunnen broeden en hun jongen grootbrengen, zodat de populatie kan groeien.
Turend naar een visje.
Op zaterdagmorgen 2 september heb ik nog een poosje staan kijken bij de IJsvogels. Nu waren er weer 4 vogels. Zijn de jongen dan toch nog niet weg?
Word het geen strenge winter, dan heb ik ook weinig te doen, maar als het nodig is, dan ...............

donderdag 17 augustus 2017

De zeer zeldzame Grijze wouw [Elanus caerculeus].

Grijze wouw, juveniel.
De Grijze wouw is een zeldzame dwaalgast uit West- en noord Europa. Tussen 1971 en nu is de vogel slechts 22 keer in Nederland waargenomen. Het is de 2e waarneming voor de provincie Groningen. De eerste waarneming was op 20 en 21 augustus 2015 in de omgeving van gemeente De Marne.
In 2000 zat er een vogel geruime tijd, van 4 juni tot en met 23 augustus, in en rond de gemeente Emmen.
De vogel leeft vooral in een omgeving waar savannes te vinden zijn, de buurt van graslanden en in landbouwgebieden, al waar hij vooral jaagt op grotere insecten, reptielen en kleine zoogdieren. Hij bespiedt ze vanaf een hoger gelegen punt als: dode boomtakken, telefoonpalen en bovengrondse elektrische leidingen.
"Onze", zeer zeldzame, Grijze wouw verblijft nu al twee weken in de buurt van het Schildmeer en het Dannemeer.
Vrijdag 1 september zat deze vogel er precies 1 maand. Ik ben vanavond nog even wezen kijken en 5 minuten na aankomst op de slaapplek zat hij er al. Maar niet lang. Waarschijnlijk geschrokken door een wegspringende reebok in het riet, vloog hij weg en ging ver weg bij mij vandaan in een boomtop zitten. Ik heb nog een half uur gewacht, maar hij bleef op grote afstand.
De vogel heeft er uiteindelijk gezeten tot en met 5 september 2017  en we hebben er dus ruim 5 weken van kunnen genieten.
Grijze wouw, juveniel.

Op 16 september was de vogel weer terug, op vrijwel dezelfde plek. Ook nu wordt hij weer dagelijks op zijn vaste slaapplek gezien.

donderdag 20 juli 2017

Grote vuurvlinder en meer.

De, in Nederland, zeldzame Grote vuurvlinder.
Gistermorgen zijn we in alle vroegte vertrokken naar Overijssel. Ergens in Overijssel is een plek waar de zeldzame Grote vuurvlinder in Nederland nog voorkomt. Na een rit van ongeveer anderhalf uur kwamen we op de plek aan. De zon kwam op met een mooie oranje "schapen"-wolkendek. Tegen 05.40 uur zou de zon officieel opkomen en dan moet je er bij zijn. Het was de afgelopen nacht koel geweest, want de eerste libellen waren mooi met dauwdruppels bedekt. Dat was het waar we naar zochten en vast te leggen. Het was even zoeken in de natte, hoge begroeiing. Goed voorbereid hadden we een oude broek aangetrokken en al na een paar keer door de knieën te zijn gegaan, scheurde mijn ene broekspijp bijna geheel af.
Grote vuurvlinder met ingeklapte vleugels.
De Vuurrode heidelibel zagen we veelvuldig met min of meer rode kleur. Het mannetje van de Zwarte heidelibel was ook erg fraai met dauwdruppels bedekt, even als het vrouwtje. Ook diverse juffers waren wat moeilijker te onderscheiden, maar toch maar een foto van maken want je weet maar nooit of er een bijzondere soort tussen zit. In ieder geval zagen we de Grote roodoogjuffer met zijn mooie, fel rode ogen. Ik heb nog een groot aantal soorten juffers om te determineren. Enkele juffers speelden verstoppertje. Als je ze wilde fotograferen, kropen ze aan de achterkant van de stengel waarop ze zaten. Als je dan met je hand bewoog naar de zijkant van de stengel, kropen ze weer terug in beeld.
Vuurrode heidelibel.

Terwijl de zon steeds hoger kwam, begonnen de opgedroogde en opgewarmde libellen en juffers te vliegen en dus ook moeilijker te fotograferen.
We troffen ook nog een mooie bedauwde vlinder aan, waarvan we de naam niet kenden. Uitzoeken dus.
Tegen half 10 gingen we op zoek naar de Grote weerschijnvlinder, die zich in een oude eik met sapstromen zou bevinden. Wat we aantroffen waren alleen een 6-tal Atalanta's, echter geen Grote weerschijnvlinder. Een stuk verder gereden naar de plek waar we de Kleine- en grote vuurvlinder zouden kunnen zien. Na een wandeling van 800 meter, kwamen we op de bewuste plek aan. En inderdaad zagen we langs het fietspad als eerste de Kleine vuurvlinder en na een korte zoektocht ook de grote vuurvlinder. Wat een prachtige vlinder is dat. Ik heb er ongeveer 100 foto's van gemaakt, omdat ik zeker wilde zijn dat hij er goed opstond, want van stil zitten hebben ze nog nooit gehoord. Toen we terug liepen naar de auto, zag ik een Gewone oeverlibel die een langs vliegend Bruin zandoogje ving er er mee weg vloog. Dit had ik nog nooit gezien.
Bedauwde Bruin zandoogje [vrouw].
Na een tevreden, succesvolle en geslaagde morgen, keerden we om half 12 huiswaarts.
Op de terugweg toch nog even weer bij de oude eik gekeken, maar ook nu geen Grote weerschijnvlinder. Volgende keer beter.
Kop-detail van de Paardenbijter.

zaterdag 8 juli 2017

De Dagpauwoog [Aglais io].

Van rups tot vlinder.
De Dagpauwoog is een vlinder uit de familie van de dagvlinders. Het vrouwtje "plakt" haar 50-150 eieren onder een blad van de Brandnetel. Want dat is voor deze vlindersoort de waardplant. De eieren komen, bij ideale weersomstandigheden, na een paar weken uit.
Rupsen van enkele dagen oud.

De rupsen, vlak voor het verpoppen.
De jonge rupsen zijn eerst geel-groenig van kleur en verblijven in een spinsel. Na iedere vervelling worden de rupsen donkerder, tot ze uiteindelijk zwart zijn met witte stippen en stekelige haarborstels over het hele lichaam. Al 20-25 dagen na de geboorte van de rupsen gaan ze verpoppen en hangen dan onzichtbaar voor predatoren aan de onderkant van het blad van de Brandnetel. De cocon heeft een mooie, glanzende goud-koperen kleur. Dat is alleen al mooi om te zien. [foto volgt]
11 dagen na het verpoppen van de rups, komt de "nieuwe" vlinder tevoorschijn. Om uit de cocon te kruipen moet een hele krachttoer worden verricht en duurt ongeveer een half tot een heel uur. Na een uur van rekken, strekken en oppompen kan de vlinder vliegen.
Vlinder van de voorjaars-generatie.
De nieuwe generatie van de Dagpauwoog zie je vanaf eind juni en vlinders van voor die tijd zijn zgn. overwinteraars. Ze overwinteren in vorstbestendige ruimtes, als kelder, schuurtje en soms in trappenhuizen. Hier kruipen meerdere exemplaren bij elkaar.
De vlinder leeft van nectar en het sap van rijpe en gekneusde vruchten.
De voorjaars-generatie van de vlinders hebben vaak licht "beschadigde" vleugels, terwijl de zomer-generatie, mooie, gave en onbeschadigde vleugels heeft.
De lengte van de vlinder, gemeten over de voorvleugel, een lengte van zo'n 60-70 mm.