Totaal aantal pageviews

zaterdag 20 oktober 2012

Goudknopje [Cotula coronopifolia].

Goudknopje.
Het Goudknopje komt oorspronkelijk uit Zuid Afrika. Deze plant groeit vooral in brakwater kustgebieden. Hij komt pas sinds 1972 in Nederland voor, het eerst in Flevoland. Later ook langs de Groningse kust, bij Nieuwe Statenzijl en de Friese kust bij o.a Ezumakeeg en bij de Volkeraksluis in Zeeland. Tegenwoordig groeit het plantje ook mee het binnenland in, zoals bij de Zaanse Schans. Het Goudknopje heeft vroeger ook op enkele Duitse en Deense waddeneilanden gegroeid, maar komt daar nu niet meer voor. Sinds de zomer van 2011 is de plant ook gevonden in Het Nationaalpark De Biesbosch. In 2004 werd hij op Texel ontdekt in het natuurgebied Waal en Burg en het Hoornder Nieuwland.
Plotseling stond er een veld vol met Goudknopjes in Waal en Burg. Toch is dat niet zo vreemd als je bedenkt dat de plantenzaden vaak verspreid worden door vogels, o.a. ganzen, en water. Als die op de modderige groeiplaatsen foerageren, plakken de zaadjes aan hun poten. Als ze dan ergens anders weer gaan voedsel zoeken, komen de zaden daar in de grond en onder gunstige omstandigheden kunnen ze daar ontkiemen. Waal en Burg staat bekend om zijn vele ganzen en andere watervogels.
Close-up van de bloem.
Als er koeien en paarden lopen, zoals in Ezumakeeg, dan kan een pootafdruk al voldoende zijn om de nieuwe plant in het volgend jaar te laten groeien en bloeien. Dat komt omdat er vaak water in de afdruk blijft staan en dat kan, mede door de mest, een goede voedingsbodem zijn voor het achter gebleven zaad. Het kan gebeuren dat er het ene jaar grote velden met planten staan terwijl er het jaar daarop slechts hier en daar een plant staat. De zaden kiemen niet in water.
Goudknopje is een echte pioniersplant. Hij komt voor op brakke tot zilte klei- en veengronden, die in de  winter onder water staan en 's zomers niet droog worden. Als er langere tijd te veel ijs ligt, sterven de plantjes af. De zaden overwinteren in de modder en in het voorjaar komen ze uit. Goudknopjes blijven groeien zolang de grond vochtig blijft. Als het te droog wordt sterven ze af. De hoogte van de planten ligt tussen de 10 en 50 cm. De gele bloemen bloeien van juli tot oktober, een beetje afhankelijk van het weer.
Leeftijd: Het Goudknopje is een eenjarige plant.
Stengels: De opgaande lichtgroene of bruine stengels zijn kaal. De stengeltoppen zijn niet bebladerd en elke stengel draag 1 geel bloemetje.
Bladeren: De bladeren zijn lijnvormig tot langwerpig en iets vlezig. Vaak hebben ze een gave rand, maar soms ook veerdelig. Aan de voet zit een wijde, stengelomvattende schede.
Bloemen: De alleenstaande bloemen staan op lange stelen. De gele bloemhoofdjes zijn 0,5 tot 1 cm breed.
Zaden: De zaden zijn wrattig. die van de randbloemen zijn gevleugeld. Ze hebben geen vruchtpluis.

 De plant is in 1972 ingeburgerd in ons land.  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen