Op deze natuur-Blogger wil ik jullie mee laten genieten van de pracht van de natuur om ons heen, onder het motto van: "Over alles wat leeft en groeit en ons steeds weer boeit". [Dr. Fop. I. Brouwer] Aan de hand van foto's en [reis]verhalen zal ik proberen dit zo duidelijk mogelijk uit te leggen, zodat je er wat mee kan, als je zelf de natuur in trekt met een kijker of camera.
Totaal aantal pageviews
dinsdag 15 februari 2022
Scholekster.
In de winter verblijven de meeste Scholeksters wat zuidelijker. De achterblijvers zitten dan vaak in grote groepen bijelkaar, op plaatsen waar gemakkelijk aan voedsel kan worden gekomen.
Het is begin februari en tijd om de Scholeksters op te zoeken. Langs het kanaal zijn al diverse paren weer gearriveerd in hun mogelijke broedbiotoop. Echter nog geen geringde vogels gezien. Ook Groen P-Wit Q nog niet.
Vanmorgen zag ik de eerste paring op de balken van de uitlaat, bij het ziekenhuis. Beide vogels waren ongeringd.
Over een paar dagen zullen de aantallen paren groter worden en dan begint het nesten zoeken. Zowel in het "binnenland" als langs de kust. Met name langs de Schermdijk zullen de aantallen broedparen zeker oplopen. Het verstevigen van de familieband begint met het geven van voedsel aan het vrouwtje en daarna wordt er meestal direct gepaard. het nest bestaat uit een ondiep kuiltje op de grond met als nestbekleding strootjes, kleine steentjes en verder klein nestmateriaal. Van een echt nest kun je dus niet spreken. In het nest worden soms 5 eieren gelegd, maar de regel is 4. Na plm. 30 dagen broeden komen de eieren uit en zodra de kuikens opgedroogd zijn gaat de familie aan de wandel en keren vaak niet terug naar het ouderlijk nest. Als het de eerste dagen na de geboorte wat nat en koud is, willen ze het nest nog wel weer opzoeken en de kuikens kruipen dan onder èèn van de beide ouders. de jongen worden gevoerd en dat is wel een unicum in de vogelwereld. Na ongeveer 4 weken zijn de jongen volgroeid en gaan ze hun eigen weg in de soms gevaarlijke, vogelwereld. Het gebeurt ook dat de jongen langere tijd bij de ouders blijven, zelfs tot in het voorjaar. Ze verblijven dan ook gezamelijk in de soos. Dit weten we uit de gegevens van het aflezen van metalen ringen en [kleur]pootringen.
zondag 23 januari 2022
Alk. [Alca torda]
De Alk behoort tot de familie van de Alken.
Het is een broedvogel van de ruige rotskusten langs de Atlantisch oceaan en komt zelden in nerderland voor, behalve in de trekperiode dan kunnen ze gezien worden langs onze dijken en in havens, zoals nu in Lauwersoog.
Ze broeden in Europa op Helgoland en verder noordelijk naar Noord-noorwegen, maar ook op de Schotse en Engelse kusten. Ze broeden in kolonies van 100-1000 paren.
Het nest wordt gemaakt van afval in zee en soms helemaal geen nest. Het enige ei wordt gelegd op de kale rotsen en beide sexen broeden gedurende 35-38 dagen. Ook voeren de beide ouders. Na ongeveer 2 weken verlaten de jongen de richel en proberen de zee te bereiken, wat niet altijd lukt. Dit is ook het moment waarop de ringers ze proberen te pakken en van een "adresbandje" voorzien. Er is slechts 1 broedsel per jaar en die loopt van mei tot juni, afhankelijk van de temperatuur van het zeewater.
Het voedsel bestaat uit haring en spiering, maar soms duiken ze van grote diepte ook kreeftachtigen. Om te duiken gebruiken ze hun naar achteren geplaatste poten, typisch voor duikers, en hun vleugels.
Deze foto van mijn eerste waarneming van deze soort in Nederland, heb ik gemaakt in de haven van Lauwersoog, op 21 januari 2022.
De vogel is helaas zaterdagmorgen, 22-01-2022, dood gevonden langs de kant in de haven.
maandag 3 januari 2022
De Boomklever. [Sitta europaea]
De Boomklever is het kleinste lid van de familie Spechten in Nederland. Hij dankt zijn naam aan het bewegem over en langs een boomstam. Als regel beweegt de vogel zich van boven naar beneden, vandaar de naam. Zijn soortgenoot, geen familie van de spaechten, doet het andersom. Het mannetje [♂] is blauwgrijs op de rug en een iets rodere buik, terwijl het vrouwtje [♀] is grijs met een bruingele onderzijde. Beide sexen hebben roestbruine flanken en mosterd gele poten.
In de zomer bestaat het voedsel uit insecten, die hij onder en tussen het boomschors zoekt. Op dezelfde manier als zijn grotere soortgenoten. Ze kloppen op het schors en ook peuteren ze de schorslaag er af. In de winter profiteren ze van hetgene wat aangeboden wordt op de voedertafel, als zonnepitten en andere zaden. ook meelwormen zullen ze niet laten kruipen.
De Boomklever bouwt geen eigen nest, maar zoekt de aanwezige holtes in bomen op en ook nestkasten nemen ze graag in bezit. Is het invlieggat te groot, wordt deze met klei en modder op maat gemaakt zodat andere vogels er niet in kunnen. Als dat is geregeld worden in het nest, gemaakt van mos, veertjes en haren, 6-9 witgespikkelde eitjes gelegd en in 14-18 dagen uitgebroed. Het vrouwtje broedt alleen. De beide ouders verzorgen de jongen en deze vliegen na 21 dagen uit en worden nog een aantal dagen door beide ouders gevoerd.
Als de omstandigheden het toelaten, volgt er nog een tweede broedsel.
maandag 6 december 2021
De Houtsnip.
Deutsch: Waldschneppe: English: Woodcock; Francais: Bécasse des Bois.
Als je zegt: Steltloper, dan denk je al gouw aan de vogels die meestal buitendijks vertoeven. Echter de Houtsnip valt ook onder de steltlopers maar leeft in een stuk bos van minimaal 1 Ha. groot. Dit moet een stuk bos zijn met flinke ondergroei. Het is een vrij compacte vogel en ziet er plomp uit. Zijn verenkleed beschermd hem zodat hij tussen de stuiken niet snel opvalt. Zijn verenbedekking heeft veel weg van kleine, verdorde bladeren en stengels uit zijn omgeving. De bovenzijde is lichtbruin, terwijl de onderkant donkerder is. De snavel is lang en recht. Door zijn afmeting van 32 tot 37 cm lang is hij de grootste snipachtige soort.
Je ziet hem vaker in de schemering en tijdens de balts gedurende het broedseizoenen kan onverwachts vlak voor je voeten opvliegen en met veel lawaai, veroorzaakt door zijn vleugels. Je schrikt je rot. In Nederland en België zijn ze vrij algemeen en worden de aantallen groter in de winterperiode en dat komt weer door de aanwezige trekvogels uit NO-Europa.
Het inventariseren van de aantallen broedparen is vrij moeilijk door hun verstopte levenswijze. ook kun je nog een schatting maken door het aantal mannetjes te tellen. Maar dat valt niet mee. Het paartje zoekt een humusrijke onderlaag en maakt van hetzelfde materiaal een ruig nest, waarin meestal 4 eieren worden gelegd en in een tijdsbestek van zo'n 23 dagen worden uitgebroed. De jongen verlaten vrij snel na het uitkomen het nest [nestvlieders] en zijn na 30 dagen vliegvlug, maar worden nog wel een aantal weken verzorgd door beide ouders.
De soort is beschermd, maar niet bedreigd. Alleen in Wallonië mag de Houtsnip worden bejaagd.
Een houtsnip als boterham was vroeger typisch jagersvoedsel. Een snee witbrood belegd met kaas en roggebrood, net als de kleuren van de vogel, werd meegenomen in het veld om het aldaar te nuttigen.
zondag 21 november 2021
Wilde zwaan [Cygnus cygnus].
Deutsch: Singschwan
English: Whooper swan
Francais: Sygne chanteur.
Herkenning: Deze soort is ongeveer 1.5 - 1.65 meter groot, wit van kleur met zwart/grijze pote voorzien van zwemvliezen en een grote gele vlek op de bovensnavel, die uitloopp[t in een punt. Bij elke Wilde zwaan is de snavel tekening verschillen. Daardoor ook individueel te herkennen d.m.v. fotografie.
De soort komt in Noord Europa en Azië.
Er zijn in Europa 5 soorten te ondescheiden: Knobbelzwaan, Wilde zwaan, Kleine zwaan, Fluitzwaan en de Zwarte zwaan, die oorspronkelijk als siervogel werd gehouden. In het noorden van Amerika leeft nog een aanverwante soortgenoot: de Trompetzwaan.
De vogel heeft een spanwijdte van 2,25-2,75 meter. Bij de kleine zwaan is de gele vlek kleiner dan bij de Wilde zwaan. De zwanen zijn nogal luidruchtig, vooral in het broedseizoen en tijdens het verdedigen van hun territorium. Ook tijdens de vlucht zijn ze duidelijk te horen. een Knobbelzwaan hoor je niet in de vlucht. In het broedseizoen zoeken ze een rustige plek in het moeras, bouwen een nest van plantendelen en hun eigen borstdons en leggen hierin 4-6 eieren en brengen daar ook hun jongen groot. Na een broedduur van 35-38 dagen komen de jongen ter wereld. De jongen zijn gris/wit van kleur en krijgen na 3 jaar hun witte veren.
Je ziet soms grote groepen [plm. 20-40 vogels] in de winterperiode in Nederland. De grotere groepen van een 10-tal jaren geleden zie je niet meer. Af en toe nog langs de Randmeren maar de meeste trekken door naar Zuid Engeland, waar ze de winter doorbrengen.
In 2021 heeft er weer sinds lange tijd een paartje Wilde zwanen, in het Fochteloërveen, met succes gebroed en de jongen vliegvlug opgevoed.
vrijdag 1 oktober 2021
De Rotgans. [Branta bernicla]
De Rotgans is een van de kleinste wilde ganzen in Europa. Ik vind het zelf wel de mooiste met zijn specifieke geluid.
Hoe snel kan het leven van een dergelijke gans voorbij zijn.
Op 28 september 2021 vond een kennis van mij een dood exemplaar langs de Dellewal op Terschelling-West. Deze vogel bleek geringd te zijn met 2 kleurringen: L[ime]8G[roen]4 [L8G4]en een metalen ring.
Deze Rorgans is als jonge vogel op 16-05-2019 geringd op Terschelling-Kinnum, door o.a. Harry Horn en een paar anderen. Daarna is hij op 04.10.2019 naar Leigh on Sea Thames Estuary Essex gevlogen en daarna zeer waarschijnlijk naar Taymir-schiereiland in Siberië. De winter 2020-2021 daarop is hij steeds teruggekeerd naar zijn geboorteplek op Terschelling, waar hij op 28 september 2021 dood is gevonden. Op 17 mei 2020 is hij nog gezien met een ongeringde partner.
De vogel was erg mager en waarschijnlijk door de honger gestorven. Volgens Harry Horn was en op de kwelder voor Terschelling voldoende te eten.
Erg jammer voor zo'n mooie vogel, die nog jaren voor zich had.
Je kunt 3 ondersoorten herkennen: Zwarte rotgans [zeldzaam], Witbuikrotgans en de "Gewone"rotgans.
Hij maakt een onmiskenbaar geluid [Whrott, whrott, whrott]
woensdag 29 september 2021
Abonneren op:
Posts (Atom)










